Dries van Wissen (Foto: Klaas Koppe) Dichter Des Vaderland    

 

voordracht

 
   

 

 

Driek van Wissen PvDA

   

 

Driek van Wissen

 

 

Driek van Wissen

 

 

Driek van Wissen

 

 

Driek van Wissen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

     

    

Drachten, 03 april 2003

voordracht de Bewust Onbeschonken Bestuurder

 

 

Hooggeachte symposianten,

Het is de hoogste tijd. Deze woorden klinken u natuurlijk als muziek in de oren, want u kent ze ongetwijfeld uit de mond van de verantwoordelijke horecaondernemer die u aan het eind van een avondje stappen en het begin van een avondje rijden duidelijk maakt dat het nu toch de hoogste tijd wordt om, als u dat nog niet gedaan hebt, een Bob te regelen of een Bob te huren. Maar in mijn geval is het nu voor mij de hoogste tijd om hier op de valreep nog een aantal kritische borrelnoten met u te kraken. Want, laat ik het maar eerlijk zeggen, als taalkundige heb ik mij zitten te verbijten. En dat nog niet eens omdat zowel in de stukken die ik over het onderwerp van vandaag onder ogen heb gehad alsook mondeling deze themadag zo af en toe betiteld is als een symposium. Want weet u wel wat een symposium is? Ik natuurlijk wel, want ik ben heel, heel lang geleden, toen het onderwijs nog niet verloederd was, schoolgegaan op het gymnasium. En daar leerden wij dat het Griekse woord symposion de betekenis heeft van drinkgelag. En een drinkgelag houden over rijden onder invloed is volgens mij hetzelfde als sterk water naar de zee dragen. Maar, ik zei het al, dat is nog tot daar aan toe. U wist het waarschijnlijk niet, ik wel, maar u weet weer heel andere dingen. Ergerlijker echter is dat tijdens dit symposium of deze themadag ook nog eens een debat is gehouden in de stijl van het Lagerhuis. Want de oorsprong van het woord lagerhuis moet u als Nederlanders natuurlijk wél bekend zijn. Lager is immers volgens mijn beste vriend, de dikke Van Dale, een soort bier, en een lagerhuis is in wezen dus niks anders dan een bierhuis, een kroeg. En een lagerhuis op een themadag als deze is dus eveneens uiterst ongepast. Dan kun je nog beter de stijl van het café nadoen, want een café, ook dat weet u allemaal omdat wij sinds kort dol zijn op het land en de taal van onze vredesheld Chirac, betekent letterlijk koffie en in een koffiehuis worden uiteraard geen alcoholische dranken geschonken.

Nu zeg ik dit allemaal wel zo, geachte themadagjesmensen, en in wezen heb ik ook gelijk, maar ik weet ook wel dat het in de praktijk anders ligt. U hebt het vanzelfsprekend goed bedoeld. Maar deze inleiding was dan ook vooral erop gericht om u duide­lijk te maken dat wat wij zeggen in de praktijk meestal heel anders uitpakt. De voorbeelden liggen voor de hand. Als iemand zegt een glaasje gedronken te hebben, zijn dat altijd een heleboel glaasjes, en wie een slokje op heeft, welbeschouwd dus nog een kleinere hoeveelheid, is doorgaans al ver boven zijn theewater, al is ook dat een vreemde uitdrukking. En ik heb veel vrienden met een auto en een rijbewijs - dat is wel handig, want ik heb zelf geen auto en geen rijbe­wijs - die in het begin van een uitgaansavond de intentieverklaring ondertekenen dat zij het zullen houden op Spa rood en blauw en de andere kleuren van de regenboog, maar die zich daar later niets van kunnen herinneren, net als trouwens van de hele avond niet.

Kortom, wij moeten niet alleen op ons alcoholgebruik passen, maar ook op ons taalgebruik. Neem nu de titel van deze themadag. Die luidt: "Wat is de norm ons waard!" Op zichzelf een prima titel: het is goed dat wij bij onszelf te rade gaan en ons afvragen wat wij als horecagasten voor de handhaving van onze normen over hebben. Maar wat zie ik bij deze titel? Achter de vraag staat geen vraagte­ken, maar een uitroep­teken. En dan keert de betekenis in het tegendeel. Dan is het ant­woord al gegeven en dat is eigenlijk negatief. Als ik u bijvoorbeeld vraag: "Wat kan ons de oorlog schelen?" zal iedereen of bijna iedereen antwoorden: "Een heleboel!" Maar zeg ik: "Wat kan ons de oorlog schelen!" - uitroepteken -, dan getuigt de opmerking van grote onverschilligheid en luidt het antwoord in feite: "Het kan ons niet bommen!" Of neem de vraag die in mijn geboortestreek Groningen veel opgeld doet, namelijk: "Wat kopen we ervoor?" Dan zou u natuurlijk als antwoord kunnen geven: "Nou, toch minstens een paar goeie flessen wijn en een doos sigaren." Maar bij de mededeling met een uitroepteken: "Wat koopn we d'r voor!" bedoelt de sceptische Groninger in feite: "Niks!" Kortom, als je een themadag houdt met als thema: "Wat is de norm ons waard!" - uitroepteken, dan is volgens de taalkundige logica die hele themadag verspilde moeite en geld.

Doch dit alles terzijde. Het wordt tijd om in te gaan op het onderwerp van vandaag, de Bewust Onbeschonken Bestuurder, de Bob. Of eigenlijk was dat niet echt het thema, dat was Rijden Onder Invloed, R-O-I, kortweg ROI. Al vind ik wel, ik moet weer taalkundige spijkers op laag water zoeken, dat de uit­drukking "rijden onder invloed" onvolledig is. Want men zegt er nooit bij onder invloed van wat of wie. Zo kan een vrouw ook rijden onder invloed van haar naast haar zittende echtge­noot, die haar voortdurend aanspoort het gaspedaal nog dieper in te drukken. Nee, bedoeld is hier "onder invloed van alco­hol". Of om nog pre­ciezer te zijn, onder invloed van bier, dus R-O-I, ROI van bier, of van Spaanse Rioja of Portugese Vino Verde, dus ROI van zuidewijn.

 

Het kan trouwens zijn, geachte toehoorders, dat ik een fout maak. U zult wellicht tegenwerpen dat Bob eigenlijk helemaal geen afkorting is, maar gewoon een eigennaam, als ik het wel heb bedacht door een of andere intelligente Belg. En de vraag schijnt dan ook niet te moeten luiden: "Wie is de Bob?", maar "Wie is Bob?" Zo staat het ook in de informatiefolder van 3VO en zo is het mij ook in de voorgesprekken bezworen. Wel, ik nam het voor kennisgeving aan en ik heb het in ieder geval te doen met een vriend van mij die echt Bob heet en die na de zoveelste ongelukkig afgelopen stapavond naamsverandering overweegt. Maar voor alle zekerheid heb ik ook nog even een bezoek gebracht aan de website www.bobjijofbobik.nl. En daar hoorde ik de Heidezangers toch echt zingen: "Wie is de Bob?" En dat bracht mij weer aan het twijfelen.

 

Het is overigens wel een mooie website, laat ik ook eens iets positiefs zeggen. En de website is informatief. Er wordt onder andere ook meteen uitgelegd dat de vraag: "Wie is de Bob?" niet dezelfde implicatie heeft als laat ons zeggen: "Wie is de sigaar?" of "Wie is de pisang?". Nee, er staat als goedmaker­tje geschreven - ik citeer maar even: "Niet dat het erg is: volgende keer is iemand anders weer aan de beurt." Al is de redenering als u het mij vraagt niet helemaal overtuigend. Ze biedt te weinig troost. Vergelijkt u het maar eens met de redenering: "Gisteren is uw opa overleden. Niet dat het erg is: volgende keer is iemand anders weer aan de beurt." Of: “George W. Bush heeft Saddam Hoessein aangevallen. Niet dat het erg is: volgende keer is iemand anders weer aan de beurt.”

 

Maar ik dwaal af. Ik bedoel alleen maar te zeggen dat als je de stelling wilt handhaven dat Bob eigenlijk geen afkorting is maar gewoon een naam, je er geen lidwoord voor moet zetten. Bij eigennamen horen in het Nederlands nu eenmaal geen lid­woorden. Iemand stelt zich toch ook gewoon voor als laat ons zeggen: "Ik ben Marcel van Dam" en niet als: "Ik ben de Marcel van Dam". En je moet ook hoofdletter B en dan kleine letters o en b schrijven en niet drie hoofdletters gebruiken, want een woord in alleen maar hoofdletters geeft aan dat er een afkor­ting in het spel is. En toch staan bij­voorbeeld op de sleutelhanger waaraan de huissleu­tel hangt die ik na een avondje uit maar uiterst moeizaam in het slot kan krijgen drie koeien van letters: B-O-B.

  

Er is, als u het mij vraagt ook niks op tegen, op zo'n afkorting Bewust Onbeschonken Bestuurder, het geeft aan hoe het zit en het is een ijzersterke tegenstelling met de Onbewust of beter gezegd Bewus­teloos Beschonken Bestuurder. De afkorting hoeft trouwens niet alleen beperkt te blijven tot de bestuurders. Ook in andere situaties kunnen de mensen beter geen alcohol drinken. Zo stel ik ook prijs op een Bewust Onbeschonken Kapper, een BOK, en een Bewust Onbeschonken Tandarts, een BOT. En zelf ben ik, vanwege mijn hoge taakopvatting als leerkracht, dat is mijn eigenlijke beroep, ook een BOL, een Bewust Onbeschonken Leraar. En verder denk ik ook nog aan de zwangere vrouw, die vanwege haar kindje geen alcohol gebruikt, de Bewust Onbeschonken Moeder, de BOM, en de Bewust Onbeschonken Socialist, BOS.

 

Maar goed, u wilt liever dat het gewoon een eigennaam is, Bob. Maar dan kun je natuurlijk niet de vraag stellen: Bob jij of bob ik?", want laten we wel wezen, van voornamen kun je niet zomaar werkwoorden maken. Je kunt niet Jannen of Pieten of Klazen. Jan jij of Jan ik?, dat is onzin. En als je er al in een enkel geval werkwoorden van kunt maken, dan krijg je opeens een totaal andere, dubieuze betekenis. Ik noem hier uit mijn blote hoofd flippen en kezen. "Flip jij of flip ik?" en "Kees jij of kees ik?" Ik zwijg er liever over.

 

Het enige wat ik nog wel wil zeggen is dat ik de vondst van de intelligente Belg, de naam Bob, als die naam verder toch niks betekent, wel een beetje ongelukkig vind. OK, de naam is handig, Bob, je kunt er alle kanten mee uit, je kunt hem ook van achter naar voren lezen, maar het is en blijft een mannen­naam. Het suggereert dat het probleem van het rijden onder invloed van alcohol en het zoeken naar een persoon die zo goed als onbeschonken is een typische mannenkwestie is. De actie is dus seksistisch.

 

Ik spreek hier trouwens ook uit eigen ervaring. Want ik heb dan wel geen auto en geen rijbewijs, het probleem van de Bob speelt vanzelfsprekend ook op de fiets. Daar moet degene die teveel gedronken heeft achterop bij de Bob. Dus als ik al eens een keer doorzak in een of andere tapperij moet er ook een Bob komen. En boven de leuzen "Regel een bob", "Huur een bob" of "Wees je eigen bob" verkies ik de uitspraak "Versier een bob!". Ik spreek dus laat op zo'n avond ondanks het gevorderde tijdstip en mijn gevorderde leeftijd onbeschonken vrouwen aan en bied ze aan hen naar huis te brengen. Maar als puntje bij paaltje komt zit er dus niks anders op dan dat zij de bob zijn, want ik heb toevallig te veel gedronken en boven­dien rijden ze op een damesfiets, dus ze moeten wel.

 

Maar soms heb ik pech en heeft de vrouw die ik benader toch ook te veel gedronken en die gaat dan weer op zoek naar een andere bob. Want u en ik weten drommels goed dat vrouwen er soms ook wel eentje lusten en soms ook wel meer dan eentje met alle gevolgen van dien. Sterker nog, het is biologisch aangetoond dat vrouwen minder goed tegen sterke drank kunnen en sneller dronken zijn en dat schijnt zelfs, naar ik ergens gehoord heb, de belang­rijkste reden te zijn waarom bepaalde personen van het vrouwelijk geslacht zo graag een transseksuele operatie willen ondergaan. Hoe het ook zij, het zou aanbeveling verdienen om voor de op zichzelf sympathieke actie, waar hier van­daag al zoveel over gezegd is, een andere naam te bedenken, het liefst een voor­naam die zowel door vrouwen als mannen gebruikt wordt. Er schiet mij toevallig net eentje te binnen. Wat dacht u ervan als wij Bob veranderen in Wil. Mannen heten soms Wil en vrouwen ook. En de naam dient desnoods ook als afkor­ting: W-I-L, Weinig Innemend Lichaam. En je kunt ook uit­stekend vragen: "Wil jij of wil ik?".

Dames en heren, gaandeweg begin ik toch het idee te krijgen dat ik bij deze voordracht wellicht dezelfde fout maak die de meeste sprekers maken. In plaats van de grote lijn in het oog te houden en het onderwerp functioneel te benaderen, vervallen zij maar al te vaak in niet ter zake doende muggenzifterijen. Daar moet ook ik voor uitkijken. Zo zou ik bijvoorbeeld nog een heel betoog kunnen houden over het feit dat laat ons zeggen het woord blaastest binnen de thematiek van vandaag welbeschouwd een verkeerd woord is. Want de blaas wordt in zo'n geval helemaal niet getest, voor een blaastest moet je bij een uroloog zijn. En een blaastest is toevallig ook niet een soort toelatingsexamen voor de fanfare waarbij de aspirant hoornblazer aan moet tonen dat hij bevredigend kan toeteren. Nee, een blaastest is in werkelijkheid natuurlijk een alcoholtest waarmee in de praktijk hele­maal niet gecontroleerd wordt of je goed kunt toeteren, maar of je toeter bent. Ik zei dus: met dit soort muggenzifterijen zou ik mij ook in het vervolg van deze voor­dracht kunnen bezig houden, maar dat zal ik dus niet doen. U hebt er dunkt mij meer baat bij dat ik u nu mijn persoonlijke visie geef wat er aan het probleem van het rijden onder invloed van alcohol te doen is. Al moet ik er meteen bij zeggen dat de mogelijke oplossin­gen die ik aandraag zich wederom in de taalkun­dige hoek bevinden.

 

Allereerst zou het zo moeten zijn dat personen die gebombardeerd zijn tot bob voortaan uitsluitend alcoholhoudende drank gebruiken. Ik denk dat ik dit moet uitleggen. Het zit 'm in het woord alcoholhoudend. Het werkwoord "houden" heeft immers als eerste betekenis "vast in iemands bezit zijn, niet losla­ten". Men spreekt over iemands hebben en houden en soms, als ik aan een vriend een lelijk boek leen, zeg ik meteen: "Je mag het wat mij betreft houden." En als Volkert van der G. levenslang gevangen wordt gehouden, komt hij nooit meer vrij. Goed, maar wat is nu het probleem bij bier, wijn, jenever en noem maar op? Precies, dat zijn geen alcohol-houdende dranken. Zo gauw die oraal genuttigd zijn, houdt de drank de alcohol niet vast, integendeel, binnen de kortste keren wordt deze alcohol losge­la­ten en over het bloed verspreid. De alcohol is gewoonweg niet te houden! Terwijl het natuurlijk een heel andere zaak zou zijn als mensen alcohol zouden drinken die niet in de bloedbaan wordt opgenomen, maar gewoon mét de drank via de gewone transportkanalen door het lichaam vervoerd wordt, dan heb je dus echt alcoholhoudende drank. Wel, hier ligt mijns inziens een mooie taak voor onze schei­kundigen om zo'n soort drank in hun laboratoria te ontwikkelen.

Daarnaast moet ook de oproep "Rij alcoholvrij!" naar mijn  vaste overtuiging uit de reclame verdwijnen. De zin van die oproep ontgaat mij namelijk volledig. Kijk, "Rij loodvrij!", daar kan ik mij iets bij voor­stellen, want al dat lood in onze benzinetanks, dat is zonder meer schadelijk voor het milieu. En daarom is het ook toe te juichen dat er, naar ik onlangs nog in een belegen Autokampi­oen in de wachtkamer van de uroloog gelezen heb, automobielmotoren ontwikkeld worden die als brandstof geen benzine, dieselolie of gas hebben, maar alcohol. Het schijnen zoals dat heet schone motoren te zijn. En daarom zou ik iedereen hier met een auto van harte willen aanbevelen om vanaf nu op alcohol te rijden. Rijd niet alcoholvrij, nee, rijd alco­hol! Je slaat ook nog eens twee vliegen in één klap, want als uw Amerikaanse slee van een wagen die nu nog benzine zuipt, straks alcohol zuipt, kan die alcohol in ieder geval niet door u als bestuur­der genuttigd worden.

 

Maar waarschijnlijk de beste oplossing om het rijden onder invloed van alcohol definitief tegen te gaan is het stimuleren van het project waar u geloof ik al mee bezig bent. Want ik heb iets gelezen en gehoord over het zogeheten discovervoer en het horecavervoer in het algemeen. Naar mijn idee een geniale gedachte. Al veel te lang bestond er immers alleen maar klantenvervoer, van de klanten naar de horeca toe en weer terug naar huis. Maar niemand heeft tot voor kort de zaak omgedraaid en gedacht aan horecavervoer, dat je dus de horeca zelf vervoert, naar de klanten toe. Het café aan huis, het is het ei van Columbus. Dan hoef je, als je een gezellige borrel wilt drinken, de deur niet meer uit. Want daar belt de kastelein al aan en komt langs met zijn dienblad vol heerlijke dranken. Dat is nog eens horecavervoer. Na de SRV-man, de thuiskapper en de rijdende rechter wordt u ook in dit geval thuis op uw wenken bediend. En u hoeft nooit meer onder invloed van alcohol achter het stuur plaats te nemen.

Het is sowieso beter dan allerlei halfzachte mogelijke oplossingen die ik in de literatuur ben tegengekomen. Het meest verwerpelijk vond ik nog wel de suggestie in de brochure "De BOB-methode voor lokaal gebruik" dat men weggebruikers die zich aan de regels houden en zich keurig gedragen als Bewust Onbe­schonken Bestuurder zou kunnen gaan belonen voor hun goed gedrag met - ik citeer - "een BOB-sleutelhanger, een roos of de kans op een diner voor twee." Het is geloof ik een algemene trend: dat je kindertjes die braaf opletten op school alleen daarom al een voldoende geeft, dat huisvrouwen die geen win­keldiefstallen plegen gratis twee pakken koffie krijgen en dat miljonairs die correct hun aangiftebiljet invullen beloond worden met een vrijstelling voor tenminste de helft van hun belastinggelden. Het is te gek voor woorden. Maar toch. Vandaag de dag koopt oom agent klaarblijkelijk van de eerste de beste illegale allochtoon zijn hele dagelijkse bos met rozen op en verdeelt die vervolgens onder alle fatsoenlijke automobilisten die 's nachts nog een beetje nuchter zijn. De heilige Hermandad heeft blijk­baar maar twee keuzes: of je krijgt een bon of je krijgt een consumptiebon.

Het moet kennelijk allemaal lief en leuk. Dat blijkt bijvoorbeeld ook uit de BOB Roadshow, die ter promotie van de BOB-campagne voor de jongeren in het leven is geroepen. Daar kunnen de jongeren, zo las ik, "bij spelletjes leuke prijzen winnen". En de BOB Roadshow Website moet - ik citeer wederom - "een leuke onderhoudende site zijn." En bij de startavond om de BOB-aanpak aan de man en de vrouw te brengen moest dit in de diverse gemeentes gebeuren op een doeltreffende en onderhoudende manier. Het moet een avond zijn - ik citeer ten derde male – “waarop veel te leren, veel te discussiëren en vooral heel veel te lachen valt.” Leuk is tegenwoordig kennelijk het toverwoord, o wee, als je als overheid niet leuk, onderhoudend en gezellig bent. Terwijl het hier toch om een uiterst belangrijke zaak gaat. Rijden onder invloed is immers levensgevaarlijk en dient mijns inziens zo se­rieus mogelijk te worden aange­pakt. Maar toch, het spijt me dat ik het zeggen moet, het is en blijft een onderwerp waar veel doorgaans weinig geslaagde grappen over worden gemaakt en waarover vooral in de kroeg en in de sportkantine tijdens de vijfde of zesde helft maar al te vaak lacherig over wordt gedaan.

  

Sterker nog, zelfs als er ten bate van alle officiële betrokken instanties een themadag of symposium gehouden wordt over BOB of ROI of wie dan ook, dan moet zo'n dag zo nodig, zo stond het althans in het programma, afgesloten worden door een spreker die zich uitgeeft voor taalpurist en dat dan op een vermakelijke wijze. Het is, als ik er nu over nadenk, eerlijk gezegd een beetje gênant en ik hoop dan ook maar stiekem dat u deze voordracht wat minder vermakelijk hebt gevonden dan de organisato­ren vooraf voor ogen hadden. Want het kan eigenlijk niet, het gaat in wezen tegen mijn principes in. En daarom kan ik u ter afsluiting in ieder geval dit verzekeren: als ik er geen geld voor had gekregen, dan had ik het nooit gedaan.

Ik dank u voor uw aandacht.