Dries van Wissen (Foto: Klaas Koppe) Dichter Des Vaderland    

 

voordracht

 
   

 

 

Driek van Wissen PvDA

   

 

Driek van Wissen

 

 

Driek van Wissen

 

 

Driek van Wissen

 

 

Driek van Wissen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

     

    

Utrecht, 05 april 2003

voordracht EGO, ErvaringsGericht Onderwijs

 

Hooggeachte EGO-isten,

 

 

Nu gaat het dus gebeuren. Nu zal ik als woordkunstenaar, zo staat het in de brochure van dit congres, "op geheel unieke en eigenwijze manier het ErvaringsGericht Onderwijs belichten. Een feest voor elke luisteraar!" Helaas, u moet nog even wachten. Het feest is nog niet begon­nen. Ik kan er namelijk niet omheen om eerst een aantal weinig feestelijke, kritische opmerkingen te maken over de titel van dit congres: "E-G-O puntje puntje puntje ont streepje wikkelt." En dan val ik nog niet eens over de afkorting E-G-O voor ErvaringsGericht Onderwijs, want welbeschouwd zijn Ervaringsgericht en Onderwijs maar twee woorden en niet drie en de afkorting had dus eigenlijk moeten luiden E-O en dit congres had dientengevolge ook aangeduid moeten worden als de EO-familiedag.

 

Goed, daar val ik dus niet over. En ook die raadselachtige drie puntjes na EGO vind ik als het er op aankomt geen punt. Wellicht is het zelfs een literaire vondst. Want als woordkunstenaar weet ik maar al te goed dat het gebruik van puntjes in een verhaal de spanning aanmerkelijk kan verhogen. Er gaat zelfs een zekere dreiging van uit. Voorbeeld: De getergde bedrogen echtgenoot sprak: "Dit laat ik niet op mij zitten puntje puntje puntje." Oei, oei, denk je dan als lezer, als dat maar goed gaat. En wellicht greep dus de spanning u ook bij de strot toen u las: "EGO puntje puntje puntje" en dacht u: wat zou EGO nou in hemelsnaam doen? Wel, gelukkig kreeg u onmiddellijk daarna het ant­woord: EGO ontwikkelt!

 

En daar moet ik het in ieder geval wel kritisch met u over hebben. Want er staat, ik citeerde het al, een streepje tussen ont- en wikkelt. En wie normaal Nederlands schrijft, zet niet zomaar binnen een woord tussen twee lettergrepen een streepje. Ja, in oude kinderboe­ken, in de Ot-en-Sien-stijl, dan wel. "Ot en Sien gaan sa streepje men spe streepje len." Enzovoort. Of in de oude vrome christelijke peuterboekjes: "Je zus hangt aan het kruis." En nu weet ik wel dat u in het ErvaringsGericht Onderwijs vanuit een interactieve betrokkenheid zich in hoge mate inleeft in de kleuters, maar het gaat mijns inziens te ver om op een congres voor volwassenen dan ook maar dit soort kleutertaal te gebruiken.

 

Of zou er toch een diepere bedoeling bij zitten? Wil de samensteller van de brochure ons er wellicht met nadruk op wijzen dat wij hier te maken hebben met een samengesteld woord? Ontwikkelen bestaat immers uit het voorvoegsel ont- en het werk­woord wikkelen. En het voorvoegsel ont- geeft in onze moer­staal aan dat er iets verdwijnt. Ontvellen is het vel weghalen, ontmaskeren is het masker weghalen en ontluizen is de luizen weghalen. Er wordt steeds iets verwijderd. Zo wordt een boef ont-ketend, heeft mijn tandarts inmiddels al mijn kiezen ont-zenuwd en is een weduwe ont-mand. Een vlinder, die zich van zijn pop ontdoet, ontpopt zich, maar je zou dus ook van kleine meisjes als zij in hun ervaringsstroom goed en wel in de puberteit komen, kunnen zeggen dat zij zich ontpoppen. En reddingswerkers die bij winterdag de vastgevroren eendjes uit de bijt hakken, zijn dus doende deze eendjes te ont-bijten. En misschien wordt het ook tijd dat de PvdA na alle draaikonterij wordt ont-Bost. Goed, voorbeelden te over. Het houdt dus in dat ontwikkelen bete­kent: de wikkel verwijderen. Kennelijk zijn er eerst wikkels aangebracht, was iets ingewikkeld, maar in het ont-wikke­lings­proces gaan de wikkels er weer af. En dat lijkt mij op zich­zelf een goede zaak, want een wikkel is volgens mijn beste vriend, de dikke Van Dale, een stuk papier of kunststof dat dient ter verpakking. En hoe meer wikkels je weghaalt, hoe dieper je dus bij het wezen, de kern, terechtkomt. En die verdieping, gericht op de basisgevoelens diep in onszelf, past natuurlijk helemaal binnen het gedachtegoed van het ErvaringsGericht Onderwijs. Al kun je anderzijds ook de vraag stellen hoe ver je kunt gaan. Hoeveel wikkels kun je verwijderen zonder het gevaar te lopen dat er niks overblijft? Of, laat ik het anders stellen, hoeveel poppetjes zitten er in een matroesjka?

 

Dames en heren, ik merk dat u een beetje onrustig begint te worden en dat een enkeling onder u ongeduldig op zijn of haar stoel begint heen en weer te schuiven. Zij vragen zich onge­twijfeld af wanneer nu eindelijk dat feest voor elke luiste­raar begint. Het spijt me, nog steeds niet. Want ik moet nog een regelrechte taalfout aan de kaak stellen. "EGO ontwikkelt" zegt namelijk niks, want er hoort - laat ik maar even heel schoolmeesterachtig zijn - een lijdend voorwerp bij. Er wordt niet gezegd wie of wat EGO ontwikkelt. Al ben ik er in de brochure wel achter gekomen. Want verderop las ik: "EGO ont-wikkelt inderdaad verder en er zijn steeds meer mensen die over hun ervaringen willen vertellen." Aha, dacht ik, EGO ontwikkelt zichzelf! Maar zeg dat dan ook. EGO ontwikkelt zichzelf is goed Nederlands, maar EGO ontwikkelt zonder meer, dat kan nog steeds niet. Dat is net zo fout als laat ons zeggen: defensie ontwikkelt. Daar hoort op z'n minst bij: defensie ontwikkelt de foto's van Srebrenica. Een voor­beeld dat meteen duidelijk maakt dat een ontwikkeling soms ook kan mislukken, wat vreemd genoeg bij vele hoge heren toch tot een hoge mate van welbevinden heeft geleid.

 

De fout staat trouwens niet op zichzelf. Je hoort wel vaker dat het zogeheten wederkerend voornaamwoord ten onrechte wordt weggelaten. Ik noem hier uit de losse pols zinnetjes als: "Het beeld wijzigt", "Het geweld verplaatst" en "Het verhaal speelt daar en daar af", terwijl ordentelijk Nederlands is: "Het beeld wijzigt zich", "Het geweld verplaatst zich" en "Het verhaal speelt zich daar en daar af". Maar het zou zelfs kunnen zijn dat een enkeling onder u de fouten al niet meer als fout ervaart. Net als bij dat en wat. Het is: "het congres dat is afgelopen" en "het feest dat moet beginnen". Maar algemeen hoor je: "het congres wat is afgelopen" en "het feest wat moet beginnen." Ook dat wordt dikwijls niet meer als fout ervaren. Of, laat ik uw terminologie maar even gebruiken, dan beroept men zich vanuit de erva­ringsgericht­heid op de gevoelde betekenissen van binnen­uit. Ik ken dat wel van koppi­ge mensen: die voelen zogezegd dat iets goed is, ook al is het hartstik­ke verkeerd. Laat ik nog maar eens een voorbeeld geven dat ik hier onder hand­bereik heb. Als ik u vraag: "Wat is een katheder?" en uw antwoord luidt dan: "Een katheder is een buisje om lichaams­vochten mee af te tappen", een misvat­ting die helaas veel voorkomt, dat is namelijk een catheter, dan keur ik natuur­lijk uw ant­woord af. En als u dan vervol­gens tegen­werpt dat volgens het gedachte­goed van het Erva­ringsGericht Onderwijs u dit zo gevoeld hebt en dat voor u alleen de werke­lijk gevoelde bete­kenissen tel­len, dan vind ik dat op z'n minst een of twee bruggen te ver. Dan schiet de Ervaringsge­richtheid volgens mij haar doel voorbij. Want ik als deskundi­ge ervaar maar al te goed dat u onge­lijk hebt, sterker nog, ik weet het zeker.

 

Maar misschien is dit wel een heel ouderwetse opmerking, die aantoont dat ik nog maar weinig kaas heb gegeten van het ErvaringsGericht Onderwijs. Tot voor kort wist ik namelijk hoogstens van het bestaan en werd ik verder niet gehinderd door enige kennis van zaken. En toch, of misschien wel juist daarom, verkeerde ik in vroeger dagen in de veronderstelling dat ikzelf ook sinds jaar en dag bezig was met ErvaringsGe­richt Onderwijs. Want u moet weten dat ik, net als bijna iedereen hier, ook leerkracht ben. Je kunt immers wel woordkunstenaar zijn, er moet ook brood op de plank komen. Dus ben ik, laat ik het maar eerlijk bekennen, al meer dan 35 jaar docent Neder­lands in het middelbaar onderwijs in de meest treurig stemmen­de gemeente van ons kouwe kikkerlandje, Hoogezand-Sappemeer. Goed, ik zei dus dat ik dacht dat ik allang bezig was met ErvaringsGe­richt Onderwijs. Maar dat komt omdat het woord Ervaringsge­richt een misleidend woord is. Samenstellingen met als tweede lid het woord "gericht" hebben namelijk een vaste betekenis. Of eigenlijk twee. Op de eerste plaats geven ze eventueel aan op wie men zich richt. U bent bijvoorbeeld kind-gericht en allerlei bedrijven zijn zogenaamd klant-gericht. En politici zijn volks-gericht, behalve CDA'ers, die zijn gods-gericht. Maar vaker nog geven de samenstellingen tegenwoordig aan wat men wil bereiken. Zo zijn die bedrijven die zogenaamd klant-gericht zijn in feite winst-gericht, ze willen winst maken. Dat is dus hetzelfde als resultaat-gericht, men streeft naar een resultaat en het liefst naar een positief resultaat. En topsporters zijn pres­tatie-gericht, zij willen ooit een aansprekende prestatie neerzetten. Bijvoorbeeld voetballers, die zijn doel-gericht, die willen het vijandelijke doel door­boren, zelfs de voetbal­lers van ons Nederlands elftal. De ge­richtheid betreft dus steeds iets wat nog komen moet. Dus als de brutaalste leerling van de klas vroe­ger zo halverwege een interessante les over de speciale inter­punctie in de toneel­stukken van Vondel zijn vinger opstak en mij durfde te vragen wat hij eigenlijk aan deze informatie had, hij zei geloof ik in het Gronings: "Wat koopn we d'rvoor?", dan legde ik hem geduldig uit dat hij dit later als hij groot was wel zou ervaren. Het was dus Ervaringsgericht onderwijs. Maar het gekke is dat u kennelijk het woord anders opvat. De gericht­heid is niet op de ervaring die nog komen moet, die men hoopt te bereiken, maar die al aanwezig is, in de zogeheten ervaringsstroom. Vandaar mij op zich­zelf volledig verantwoorde vergissing.

 

Ik had trouwens wel meer redenen om te denken dat ik een ervaringsgerichte onderwijzer was avant la lettre. Zo meende ik dat ik vanaf den beginne reeds vanaf mijn verhoog voor in de klas bezig was met een interactief leerproces in verbondenheid, waarbij zowel de leerkracht als de leerling leren. En zo was het ook: ik leerde mijn leerlingen wat en zij leerden weer wat van mij. En vanuit mijn betrokken­heid was ik ook geconcentreerd, aangehouden en tijdvergeten bezig, zodat soms een kwartier nadat de laatste bel gegaan was de brutaal­ste leerling van de klas, dezelfde dus als zo-even, wederom zijn vinger opstak en mij er fijntjes op wees dat ik tijdver­geten was. En ik had natuurlijk ook een positief zelf­beeld, want je kunt van de schoolmeesters van vroeger zeggen wat je wilt, maar een positief zelfbeeld hadden ze wel. En ik legde mijn discipelen uit dat zij ook zo'n positief zelfbeeld zouden krijgen als ze net zo zouden worden als ikzelf. Dus ook dat zat wel goed. En ook maakte ik al gebruik van allerlei progressieve werk­vormen, zoals de kringen en de hoeken, al zijn het dan ook twee geome­trisch totaal tegengestelde figuren. Ik deed name­lijk elk jaar in de diverse klassen didactisch verantwoord precies hetzelfde, ik draaide dus steeds in een kringetje rond, en als u mij doormidden zou zagen, kunt u nog de jaarrin­gen tellen. En wat die hoeken betreft, als leerlingen zaten te kletsen of, erger nog, stiekem bezig waren met een of andere vrije activiteit, dan moesten ze van mij in de hoek staan. En als ze dat weiger­den, dan liet ik ze gewoon alle hoeken van het klaslokaal zien. Wie niet horen wou, moest voelen. Dan moesten ze het maar ervaren. En dat was dacht ik dus ook weer Erva­ringsGericht Onderwijs.

 

Maar goed, ik zat dus helemaal fout, dat besef ik nu ook wel. De ogen zijn mij geopend. Ik geloof dat het gebeurd is op het moment waarop ik toevalligerwijze in een of andere Brabantse leesportefeuille het januarinummer 2003 van uw prachtige blad Egoscoop onder ogen kreeg en daar tot mijn verbazing een gedicht van mijn eigen hand in aantrof. Het gedicht beschrijft een ervaringsmoment uit mijn eigen onderwijspraktijk en het is wellicht verstandig voor de enkeling onder u die deze Egoscoop nog niet gelezen heeft dat ik dit gedicht eerst even voorlees voor ik er iets over ga zeggen. De titel is "Middelbaar Onderwijs" en het luidt als volgt:

 

Het mooiste meisje van de klas

Verschikt onwennig bij haar schouder

Een bandje van haar bustehouder;

Ze draagt dat rare ding maar pas.

 

De meester, achter brillenglas,

Ziet toe, ontroerd, en denkt: wat zou d'r

Gebeuren als zij tien jaar ouder

En ik eens tien jaar jonger was?

 

Ach, hij vergeet hoe hij verdorde

En hoe haar leven net begint.

In stilte wordt door hem bemind

De schone vrouw die zij zal worden.

 

Dan praat ze wat, het lieve kind

En streng roept hij haar tot de orde.

 

Wel, geachte EGO-ïsten, in eerste instantie vroeg ik mij natuurlijk af waarom de redactie van Egoscoop in godsnaam speciaal dit gedicht had opgenomen. Want het is, dat ben ik onmiddellijk met u eens, eigenlijk een raar gedicht. Ik zou het vandaag de dag niet meer durven schrijven. Maar plotseling ging bij mij een lampje branden. Toen besefte ik dat het gedicht in wezen alles in zich verenigt wat strijdig is met het ErvaringsGericht Onderwijs, het is dus opgenomen als een voorbeeld van hoe het niet moet. Die leer­kracht, of "meester" zoals hij genoemd wordt, deugt in ieder geval van geen kant. Ik ben het met u eens: het is iemand die ver ach­tergebleven is in zijn sociaal-emotionele groei en tekort­schiet in zijn sociale competenties. En zijn observatie­moment is niet kindge­richt, maar enkel op zichzelf. Het ontbreekt hem aan aanvaar­ding en empathie en hij heeft een verbondenheid van nul komma nul, zodat hij zich niet kan verplaatsen in wat zich in het kind afspeelt en de wereld van gevoelens en relaties voor hem alleen maar een schijnwereld is. Iemand die platweg gezegd ernaar verlangt met dat mooiste meisje van de klas naar de stoeihoek te gaan. Foei foei foei! En eigenlijk, zo drong het langzaam tot mij door, was ik in veel opzichten zelf die mees­ter, al draag ik dan, zoals u ziet, geen bril. Dat heb je wel vaker, dat de hoofdpersoon in gedichten in wezen de dichter zelf is.

 

En toen begreep ik ook beschaamd dat ik het bij het verkeerde eind had en dat ik mij ofwel ter boetedoening en zelfkastijding in een klooster zou moeten terugtrekken ofwel dat ik mij positief diepgaand met het ErvaringsGe­richt Onder­wijs zou moeten gaan bezig­houden. En dat niet zomaar door er boek­jes of zo over te lezen, want dat is, als ik het goed begrepen heb, alleen maar opper­vlakkig leren. Oppervlakkig leren ge­beurt, ik citeer maar even omdat ik er stiekem toch wat over gelezen heb, "door een simpele stap-voor-stap-methode". En dat is heel wat anders dan funda­menteel leren. Bijvoorbeeld bij oppervlak­kig leren lopen. Oppervlakkig leren lopen, dat gaat dus vol­gens de stap-voor-stap-methode, maar fundamenteel leren lopen, dat is andere koek. Nee, ik begreep dat ik zelf actief en onderzoekend moest bezig zijn. Al doende leert men. En zo wil het geval dat ik de laatste maanden twee belangrijke beslis­singen in mijn leven genomen heb. Allereerst ben ik net als ieder­een, omdat het toch geen geld kost, overgegaan op de groene stroom en daarna ook nog eens een keer op de ervarings­stroom, zodat ik de energie met verdubbelde kracht weer in mij voelde stromen. En mede daardoor is de hele voorbe­reiding voor deze voordracht over Ervarings­Gericht Onderwijs voor mij in wezen een continu leerpro­ces ge­weest. Ik heb er heel wat van opgestoken en eigenlijk zou ik dus uit dankbaarheid de organi­satie moeten betalen in plaats van omgekeerd. Want ik kan u in vertrouwen vertellen dat mij na afloop van deze voordracht, geheel onver­diend dus, door de penningmeester een niet onaan­zienlijk bedrag in con­tanten zal worden uitgekeerd. Gelukkig voor mij zit hij eraan vast, want ook deze voordracht is een mooi voorbeeld van contract­werk.

 

Maar al zit ik in het onderwijsleerproces ten aanzien van het ErvaringsGericht Onderwijs, toch moet u wel bedenken dat ik na het afzweren van mijn oude EGO nog niet eens op de helft van mijn ontdekkingstocht ben. Ik ben nog steeds geen volfunctione­rend persoon en mijn competen­tieniveau ligt nog lang niet op dat van mijn leeftijdsgenoten, sterker nog, gezien mijn gevor­derde leeftijd vrees ik dat ik ze nooit meer inhaal. Ik bedoel maar te zeggen dat ik nog steeds een heleboel niet snap en als u mij bijvoorbeeld zou vragen wie of wat Ferre Laevers is of een tempelschema, dan zou ik met de mond vol tanden staan, als ik die nog allemaal had.

 

Ook begrijp ik bijvoorbeeld nog steeds niet waarom er zoveel nadruk gelegd wordt op de zogeheten betrokkenheid. Ik denk nog steeds: weten ze bij het EGO eigenlijk wel wat het woord betrokkenheid betekent? Het komt van het werkwoord betrekken en we kennen dat werkwoord onder andere uit uitdrukkingen zoals: "Kijk eens, de lucht gaat betrekken" en "Zijn gezicht begon te betrekken". Dan begint het er donker en somber uit te zien en een betrokken leerkracht is dus volgens mij net als het betrokken uitspansel of een betrokken gezicht een zwart­gallige en droefgeestige leerkracht die in de kring een beetje zit te simmen in plaats van positieve energie uit te stralen. Ik hoop, dames en heren, dat u mij volgen kunt. Zo niet, dan ligt het niet aan mij, maar dan is er iets mis met uw SprekerVolg­Systeem. Want daar hebt u systemen voor ontwikkeld om iemand te volgen. Al moet ik eerlijk zeggen dat ik het woord Kind­VolgSysteem wel een beetje griezelig vind, zeker in roerige tijden zoals deze waarin vrijgelaten pedofielen onze kinderen soms hinder­lijk volgen. Wat bijvoorbeeld voor ouders in Engeland vorig jaar aanleiding was, misschien hebt u het ook gelezen, om in hun elfjarig dochtertje een peilzender te laten implanteren om aldus hun kind te allen tijde te kunnen volgen. Ja ja, dat is nog eens een KindVolgSysteem.

 

U merkt het, ik heb in mijn leerproces nog wat moeite met de terminologie. En ook als ik de termen wel doorgrond, heb ik nog een lange weg te gaan. Dat geldt onder andere voor het begrip "verbondenheid", als ik het wel heb de nieuwste dimen­sie van het ErvaringsGericht Onderwijs. En dat begrip houdt in - en nu citeer ik de website van uw club - "een grondhouding van verbondenheid, met alles wat leeft, de ervaring van het deel zijn van de geschiedenis en de kosmos." Wel, de verbondenheid met alles wat leeft, is wat mij betreft op dit moment nog wat veel gevraagd. Ik ben op de goede weg, ik voel mij bijvoor­beeld al heel erg verbonden met u terwijl ik u helemaal niet ken, maar mijn gevoel van verbondenheid met onder andere stinkdieren, kakkerlakken, cactussen en vleesetende planten is nog maar heel dun en ook mijn gevoel van verbondenheid met zowel George W.Bush als Saddam Houssein schiet maar niet op. En de verbondenheid met de kosmos gaat mij tot op heden, het spijt me dat ik het zeggen moet, nog volledig boven de pet.

 

Maar ik ben en blijf doelgericht. Want het uiteindelijke doel van ErvaringsGericht leren is welbevin­den. Wat het ook wezen moge. En daarom heb ik leergierig als ik ben dit woord nog maar even opgezocht bij mijn beste vriend. Wel, mijn beste vriend geeft als betekenis van "welbe­vinden" "welzijn of gezondheid".  En toen ik dat las besefte ik opeens dat ik in mijn ervaringsgericht leerproces als een stuk verder was dan ik gedacht had. De betekenis van Van Dale kwam immers niet over­een met de werke­lijk gevoelde betekenis uit mijn ervaring. Welbevinden is natuurlijk meer dan welzijn of gezondheid, vertel mij wat. En dus is het uit met de vriendschap en ik overweeg zelfs binnen­kort die hele Dikke Van Dale met het oud papier mee te geven.

 

Maar voor alle zekerheid heb ik ook nog even bij het zogenaamd synonieme woord "welzijn" gekeken. Wel, mijn wrevel verdween daardoor niet geheel, maar het woord gaf toch enig soelaas. Er stond onder andere dat "Op uw welzijn!" een gewone wens is bij een heildronk. Dus misschien heeft welbevinden toch iets met drinken te maken. En dit idee werd nog versterkt door de mededeling op de eerder genoemde website over het belangrijk­ste signaal van welbevinden, namelijk met volle teugen genie­ten. We moeten er dus direct simpelweg een borrel op drinken, of hier of elders in de stad, dan bereiken we sowieso het niveau van uitgesproken hoog welbevinden. En dan wordt het toch nog een feest voor elke luisteraar.

Ik dank u voor uw aandacht.

 

Utrecht, 5 april 2003