Driek van Wissen    

 

enkele gedichten

 
   

 

 

Driek van Wissen PvDA

 

 

Driek van Wissen

 

 

Driek van Wissen

 

 

Driek van Wissen

 

 

Driek van Wissen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

     

    

MIDDELBAAR ONDERWIJS

 

Het mooiste meisje van de klas

Verschikt onwennig bij haar schouder

Een bandje van haar bustehouder;

Ze draagt dat rare ding maar pas.

De meester, achter brillenglas

Ziet toe, ontroerd, en denkt: Wat zou d’r

Gebeuren als zij tien jaar ouder

En ik eens tien jaar jonger was?

Ach, hij vergeet hoe hij verdorde

En hoe haar leven net begint.

In stilte wordt door hem bemind

De schone vrouw, die zij zal worden.

Dan praat ze wat, het lieve kind

En streng roept hij haar tot de orde.

1978

              *****

Wanneer op deuren ‘duwen’ staat geschreven

Doe ik het tegendeel en trek toch even.

Al weet ik dat geen deur dan opengaat

Ik wil mijn onvermogen zelf beleven.

1980

 

              *****

 

ANTI-FRIES

 

Als Holland winters is getooid

En wij van kou welhaast verrekken

Blijkt Friesland dichtbevolkt met gekken

Die ’s winters gekker zijn dan ooit.

De maffe koppen, strak gelooid

Ontspannen plots in losser trekken

Terwijl zich rond de stuurse bekken

Een soortement van glimlach plooit.

  

In onverstaanbare gesprekken

Worden dan praatjes rondgestrooid

Die ijdele verwachting wekken,

Totdat de goden, als het dooit

De hoop der dwaze halzen nekken.

Nee, de elfstedentocht komt nooit!

1982

 

              *****

 

KWAAD OF ERGER

 

Al zijn we vast nog lang niet zo ver heen

Toch kan de vraag mij af en toe benauwen

Wie of er eens de ander zal berouwen –

Wie van ons beiden blijft er ooit alleen?

Als ik de statistieken mag vertrouwen

Dan staan gemeten naar het algemeen

De kansen voor ons tweeën een op een

Of jij mijn ogen sluit of ik de jouwe.

Hoe het ook zij, ik heb niet eens idee

Wat het geringste kwaad is van de twee,

Want onderhand sta jij me al zo na

Dat ik, wanneer ik ooit zou moeten kiezen,

Wellicht nog liever zelf verloren ga

Dan dat ik jou voor altijd moet verliezen.

1987

 

              *****

 

 

BEKENTENIS

O liefste, als ik aan uw voeten hurk

Om u tot zoete bijslaap te bekoren

En als mijn hand daartoe reeds plompverloren

Ontdekkingsreizen maakt onder uw jurk,

Dan ben ik een gewetenloze schurk,

Want doelbewust verzwijg ik van tevoren

Dat ik des nachts tot aan het ochtendgloren

U uit de slaap zal houden, want ik snurk.

En ook al doet u watjes in uw oren

En in mijn beide neusgaten een kurk

En in mijn mond een knots van een augurk

Om het geluid nog enigszins te smoren,

Ik zal uw nachtrust sterker nog verstoren

Dan het complete mannenkoor van Urk.

1993

 

              *****

 

OP DE RAILS

 

Mijn trein gaat ogenschijnlijk rijden,

Want spoorwagon na spoorwagon

Links op een parallel perron

Zie ik langs mijn coupéruit glijden.

Maar dan verbreedt de horizon

En blijkt dat ik mij liet misleiden:

De trein is weg ter linkerzijde

En ik sta nog op het station

Zo worden wij wel meer bedrogen:

Wij zijn op reis, zo menen wij

En maken voortgang zienderogen,

Doch richten wij de blik opzij

Dan staan wij stil en onbewogen.

Het leven gaat aan ons voorbij.

1999

              *****

 

Een vrouw in een sexshop in Lopik

Riep juichend: Die kunstpenis koop ik!

Dat gaat niet helaas,

Zo sprak toen de baas,

Want dat is alleen maar een showpik.

1999

 

              *****

 

 

MOEDER EN KIND

Mijn moeder leefde voor zichzelf te lang;

Vandaar dat zij haar laatste grijze dagen

Veelal verdeed met mopperen en klagen,

Een vruchteloze, zure zwanenzang.

Toch schepte zij een kinderlijk behagen

In onze dagelijkse ommegang

Als ik weg uit het huis, uit haar gevang

Haar rondreed in haar invalidenwagen.

De vreugde was niet altijd onverdeeld:

Ik deed het half uit liefde, half verveeld,

Maar ik kwam in het park soms halverwege

Een moeder met een kinderwagen tegen

En zag dan het verdraaide spiegelbeeld

Hoe ik ooit in haar wagen had gelegen.

2005

              *****